nl-NLen-GB
Waar kunnen wij u mee helpen? How can we help you?
Search
Contact
Onzorgvuldige houding werkgever leidt niet tot ernstig verwijtbaar handelen

Onzorgvuldige houding werkgever leidt niet tot ernstig verwijtbaar handelen

Gepubliceerd: 06-nov-2018 08:00

Onderstaand bericht is geschreven door Aranka de Voogd en gepubliceerd door SDU Opmaat Arbeidsrecht op 6 november 2018.

De werknemer wordt schriftelijk door GGZ o.a. de toegang tot de locaties ontzegd. Een kleine 2 weken na dat schrijven constateert de werkgever dat zij wellicht wat onzorgvuldig had gehandeld. Inmiddels had GGZ geconstateerd dat zij haar schrijven aan de werknemer hadden gebaseerd op onjuistheden. De arbeidsverhouding raakt hierdoor wel (steeds) verder verstoord raakt. GGZ probeert haar fout te herstellen, maar de werknemer geeft niet mee. Uiteindelijk wordt niet alleen door de collega’s, maar ook de leidinggevenden van de werknemer en GGZ het vertrouwen in de werknemer opgezegd. GGZ verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van de verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer verzoekt op zijn beurt om een billijke vergoeding toe te kennen ad € 150.000. De kantonrechter oordeelt dat de onzorgvuldige handelwijze van GGZ weliswaar de start van het conflict betrof, maar niet dat GGZ ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst op de g-grond onder toekenning van de transitievergoeding.

Verzoek

GGZ verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding (art. 7:669 lid 3 onderdeel g BW). Volgens GGZ is het vertrouwen in de werknemer opgezegd door GGZ, zijn collega’s en leidinggevenden. Deze zorg in combinatie met de zorg omtrent zijn functioneren op het gebied van samenwerken en de gesprekken en correspondentie daarover hebben tot de verstoring van de arbeidsverhouding geleid. Onder andere ook de onverenigbare karakters van de werknemer en de andere werknemers van GGZ, de samenwerkingsproblemen, de negatieve grondhouding van de werknemer, weigering om aan een mediationtraject deel te nemen, het veelvuldig dreigen me gerechtelijke procedures en de onbehoorlijke wijze van communiceren van de werknemer richting GGZ.

GGZ stelt dat partijen inmiddels in een impasse terecht zijn gekomen, maar dat het vertrouwen om er uit te komen onherstelbaar is beschadigd. Er zijn – tevergeefs - vele pogingen over een langere periode gedaan om de verhouding te verbeteren en het vertrouwen te herstellen. Ontbinding in deze situatie is volgens GGZ onontkoombaar, ook omdat de werknemer zichzelf als slachtoffer ziet en herplaatsing van werknemer enkel zou leiden tot verplaatsing van het probleem.

Beoordeling – verstoorde arbeidsverhouding

Opzegverbod

De kantonrechter oordeelt dat het ontbindingsverzoek niet in de weg staat aan ontbinding, daar het verzoek (verstoorde arbeidsverhouding) geen verband houdt met de ziekte van de werknemer.

Redelijke grond

De kantonrechter stelt voorop dat het in beginsel niet van belang is wie of wat de oorzaak van de verstoorde arbeidsverhouding is, waarbij wordt opgemerkt dat de nodige terughoudendheid zal worden betracht in die gevallen dat deze verstoring (wel) door de werkgever is veroorzaakt.

Het conflict is naar het oordeel van de kantonrechter begonnen met de brief van GGZ aan de werknemer van 18 augustus 2017, waarbij de werknemer de toegang tot de locaties van GGZ werd ontzegd. GGZ heeft nadat zij inzag dat zij zich niet juist jegens de werknemer had gedragen, haar excuses meerdere malen aangeboden en een aantal handreikingen gedaan om met de werknemer in gesprek te komen. Zo heeft GGZ voorstellen gedaan tot het volgen van een mediationtraject/teamgesprek. De werknemer heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat hij eerst diende te weten wat hem werd verweten en door wie, zodat hij zich adequaat kon verdedigen, alsook dat er eerst een onderzoek naar de feiten moest worden gedaan voordat hij een gesprek kon aangaan. De door GGZ verschafte informatie volstond volgens de werknemer echter niet, daar deze naar de smaak van de werknemer enkel op de vorm en niet op de inhoud was gericht.

Uit de correspondentie van de (advocaat) van de werknemer is naar het oordeel van de kantonrechter duidelijk op te maken dat het vertrouwen van werknemer in GGZ in de periode na 18 augustus niet is toegenomen. Hij voelde zich onterecht behandeld, niet begrepen en niet gehoord. Het vertrouwen van GGZ in de werknemer is geschaad doordat zij gedurende een langere periode geconfronteerd werd met de werknemer, die enkel afwijzend reageerde en niet in wenste te gaan op volgens GGZ redelijk gedane voorstellen. Dit alles maakt dat de kantonrechter van oordeel is dat er een onoverbrugbaar verschil van inzicht is ontstaan dat maakt dat er sprake is van een onwerkbare situatie en dus een verstoorde arbeidsverhouding.

Dat deze verstoorde arbeidsverhouding niet duurzaam zou zijn, zoals de werknemer stelt, is naar het oordeel van de kantonrechter niet het geval.

Herplaatsing

De kantonrechter is van oordeel dat, gelet op de aard van de verstoorde arbeidsverhouding namelijk een groot gebrek aan vertrouwen, herplaatsing van de werknemer niet in de rede ligt daar GGZ het concrete voorstel van de werknemer gemotiveerd heeft betwist.

Billijke vergoeding

De kantonrechter overweegt dat slechts in uitzonderlijke gevallen sprake zal zijn van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Daar is in het onderhavige geval geen sprake van omdat GGZ naar het oordeel van de kantonrechter niet doelbewust op een verstoorde arbeidsverhouding heeft aangestuurd. Dat neemt niet weg dat GGZ een fout had gemaakt die tot de verstoring van de arbeidsverhouding heeft geleid en om die reden wel verwijtbaar heeft gehandeld. Het feit dat na de ruime inspanningen van GGZ de verhoudingen niet zijn verbetert kan echter niet aan GGZ worden toegerekend.

Beslissing

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst op de g-grond met ingang van 1 oktober 2018 (art. 7:671b lid 8 onderdeel a BW) en veroordeelt GGZ tot betaling van de transitievergoeding ad € 79.000 bruto en wijst het verzoek tot betaling van een billijke vergoeding aan de werknemer af omdat GGZ geen ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Rechtbank Noord-Nederland, 22 augustus 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:4255

Bron: Opmaat_Arbeidsrecht, nieuwsbericht 2018/553

Disclaimer

Onze blogs en publicaties op deze website bevatten informatie van algemene informatieve aard. Afhankelijk van de feitelijke omstandigheden van een specifiek geval kan de informatie op bepaalde gevallen niet, dan wel verminderd van toepassing zijn. De informatie in de blogs/publicaties is niet bedoeld als, en dient niet te worden beschouwd als, juridisch advies van welke aard dan ook. NOVO Advocaten is dan ook niet aansprakelijk voor de gevolgen van het eventuele gebruik dat van de informatie wordt gemaakt, zonder dat deskundig juridisch advies is ingewonnen. Juridisch advies is altijd maatwerk. Wint u dus in een voorkomend geval altijd deskundig juridisch advies in.

Neem contact met ons op

Nieuwsbrief

Wekelijks bespreken wij actualiteiten binnen het arbeidsrecht. De belangrijkste of noemenswaardige uitspraken en artikelen zullen wij hier de revue laten passeren.

Uiteraard mag u ons ook attenderen op een onderwerp. Wellicht ziet u het antwoord daarop hier op onze site volgende week terug!

Wilt u niets missen? Meld u zich dan hieronder aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief!